Menu

Microbiologische besmetting van propofol

Header afbeelding

Microbiologische besmetting van propofol

Samenvatting

Propofol is al 25 jaar een populair anestheticum en sedativum. De formulering als vetemulsie maakt propofol kwetsbaar voor contaminatie met micro-organismen. Vertaling van contaminatieonderzoeksresultaten naar besmettingsgevaar in de klinische praktijk is niet eenvoudig. Meerdere uitbraken van besmetting van patiënten na intraveneuze toediening van propofol tonen echter aan dat aseptisch en zorgvuldig werken bij de bereiding, bij het bewaren en bij het toedienen hoge prioriteit heeft. Omdat de veiligheid van patiënten in het geding kan zijn hebben controlerende instanties als de IGZ en de FDA specifieke adviezen uitgevaardigd voor het gebruik van propofol.

Leerdoelen

Na het bestuderen van dit artikel bent u op de hoogte van de feiten over contaminatie van propofolvloeistof en het besmettingsrisico voor patiënten. U kent de grondslag van de regelgeving van controlerende instanties die de veiligheid van patiënten bewaken.

Auteurs

Manschot, L.

dr. Snoeck, M.M.J.

Anesthesioloog Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis, Nijmegen Er zijn geen relaties met farmaceutische industrieën gemeld.

Entreetoets

Beantwoord voor uzelf de volgende vragen alvorens u het artikel gaat lezen. Wat weet u op dit moment over microbiologische besmetting van propofol? Deze vragen tellen niet mee voor uw accreditatie.

1. EDTA kan worden toegevoegd aan propofol om...

2. In een laboratorium groeit Stafylococcus aureus in een medium van propofol beter dan in een medium van thiopental, etomidaat of NaCl 0,9%.

3. Bij perfusie van propofol mag het onverdunde product maximaal X uur lopen. Ter voorkoming van direct patiëntonveilige situaties mag er propofol klaargelegd worden. De klaargelegde propofol wordt alleen gebruikt voor een bolusinjectie, en dit moet binnen Y uur na bereiding plaatsvinden. Welke getallen horen bij X en Y?

Verklarende woordenlijst
Literatuurlijst
  1.  Centers for Disease Control. Postsurgical infections associated with extrinsically contaminated intravenous anesthetic agent – California, Illinois, Maine, and Michigan – 1990. MMWR Morb Mortal Wkly Rep 1990; 39: 426-27, 433.
  2. Bennett SN, et al. Postoperative infections traced to an intravenous anaesthetic, propofol. NEJM 1995; 333 (3): 147-54.
  3. Kuehnert MJ, et al. Staphylococcus aureus bloodstream infections among patients undergoing electroconvulsive therapy traced to breaks in infection control and possible extrinsic contamination by propofol. Anesth Analg 1997; 85: 420-25.
  4. Baker MT, Naquib M. Propofol, the challenges of formulation. Anesthesiology 2005; 103:.860-76.
  5. McNeill NM, et al. Postsurgical Candida albicans infections associated with an extrinsically contaminated intravenous anesthetic agent. J Clin Microbiol 1999; May: 1398-403.
  6. Henry B, et al. An outbreak of Serratia marcescens associated with the anesthetic agent propofol. Am J Hosp Inf Control 2001; 29 (5): 312-15.
  7. Fukada T, et al. Microbial growth in propofol formulations with disodium edetate and the influence of venous access system dead space. Anaesthesia 2007; 62 (6): 575-80.
  8. Muller AE, et al. Outbreak of severe sepsis due to contaminated propofol: lessons to learn. J Hosp Inf 2010; 76: 225-30.
  9. Thomas DV. Propofol supports bacterial growth. Br J Anaesth 1991; 66 (2): 274.
  10. Tessler M, et al. Growth curves of Staphylococcus aureus, Candida albicans and Moraxella osloensis in propofol and other media. Can J Anaesth 1992; 39 (5): 509-11.
  11. Sosis MB, et al. Growth of Staphylococcus aureus in four intravenous anesthetics. Anesth Analg 1993; 77: 766-68.
  12. Langevin PB, et al. Growth of Staphylococcus aureus in diprivan and intralipid. Anesthesiology 1999; 91: 1394-400.
  13. Waitzberg DL, et al. Parenteral lipid emulsions and phagocytic systems. Br JNutr 2002; 87, Suppl 1: S49-S57.
  14. Smith MA, et al. Immunosuppressive aspects of analgesics and sedatives used in mechanically ventilated patients. An underappreciated risk factor for the development of ventilator-associated pneumonia in critically ill patients. Ann Pharmacother 2014; 48 (1): 77-85.
  15. Kelbel I, et al. Anaesthetics and immune function. Curr Opin Anaesth 2001; 14: 685-91.
  16. Zacher AN, et al. Drug contamination from opening glass ampules. Anesthesiology 1991; 75: 893-95.
  17. Downs GJ, et al. Propofol: can a single ampule be used for multiple patients? Anesthesiology 1991; 74: 1156:-57.
  18. Cole DC, et al. Leaving more than your fingerprint on the intraveneus line; a prospective study on propofol anaesthesia and implications of stopcock contamination. Anesth Analg 2015; 120(4): 861-67.
  19. Mahida N, et al. Investigating the impact of clinical anaesthetic practice on bacterial contamination of intravenous fluids and drugs. J Hosp Infect 2015; 90: 70-74.

www.igz.nl

FDA

Externe bronnen
Help en toelichting

Beeld bij dit artikel
Leerdoelen

Na het bestuderen van dit artikel bent u op de hoogte van de feiten over contaminatie van propofolvloeistof en het besmettingsrisico voor patiënten. U kent de grondslag van de regelgeving van controlerende instanties die de veiligheid van patiënten bewaken.

Samenvatting

Propofol is al 25 jaar een populair anestheticum en sedativum. De formulering als vetemulsie maakt propofol kwetsbaar voor contaminatie met micro-organismen. Vertaling van contaminatieonderzoeksresultaten naar besmettingsgevaar in de klinische praktijk is niet eenvoudig. Meerdere uitbraken van besmetting van patiënten na intraveneuze toediening van propofol tonen echter aan dat aseptisch en zorgvuldig werken bij de bereiding, bij het bewaren en bij het toedienen hoge prioriteit heeft. Omdat de veiligheid van patiënten in het geding kan zijn hebben controlerende instanties als de IGZ en de FDA specifieke adviezen uitgevaardigd voor het gebruik van propofol.

Auteurs

Manschot, L.

dr. Snoeck, M.M.J.

Anesthesioloog Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis, Nijmegen Er zijn geen relaties met farmaceutische industrieën gemeld.