Menu

Slaap en slaapproblemen (demo)

Header afbeelding

Slaap en slaapproblemen (demo)

Samenvatting

Er zijn veel mensen die vinden dat ze niet goed slapen. Als ze met die klacht bij de POH-GGZ komen, behoort die goed navraag te doen. Het komt namelijk zeer regelmatig voor dat mensen vinden dat ze niet goed slapen, maar dat er objectief gezien geen slaaptekort bestaat. Berucht zijn slaapklachten van ouderen, die bij goed doorvragen vaak blijken te berusten op frequent wakker worden. En dat is normaal.
POH's-GGZ, huisartsen, apothekers en assistenten zijn zich niet steeds goed bewust van de definitie van een slaapstoornis. Ook blijkt lang niet altijd bekend te zijn dat de slaap met het ouder worden verandert. Het slaappatroon bij kinderen wijkt op een aantal punten duidelijk af van dat van volwassenen. In hoeverre zijn die verschillen bij je bekend?
Soms wordt er snel naar slaapmiddelen gevraagd in moeilijke perioden, na een paar nachten niet goed slapen, voor jetlag etc. Ze worden ook nogal eens voorgeschreven, terwijl de patiënt in veel gevallen geholpen is met goede voorlichting en slaaphygiënische adviezen. De POH-GGZ kan hierin een belangrijke rol vervullen.
Pas wanneer voorlichting en slaaphygiënische adviezen niet het gewenste resultaat hebben, zou overwogen mogen worden farmacotherapie in te zetten. Sommige huisartsen handelen nogal eens anders en zijn in veel gevallen gemakkelijker met het voorschrijven van slaapmiddelen dan het aanraden van protocollen.

Aan de balie

Assistenten in de huisartsenpraktijk krijgen geregeld de vraag om hulpmiddelen om beter te kunnen slapen. Ook de assistent zou enkele oriënterende vragen kunnen/moeten stellen om te achterhalen of er van een slaapstoornis sprake is en niet alleen van een subjectief ervaren tekort aan slaap.
Als is vastgesteld dat gevolgen van een slaaptekort overdag duidelijk merkbaar zijn, behoren eerst niet-medicamenteuze adviezen gegeven te worden. Hierin kan de POH-GGZ een rol spelen.

Farmacotherapie

Als voldoende lang geprobeerd is om met voorlichting en slaaphygiënische adviezen bepaalde perioden met objectief slaaptekort door te komen, kan kortdurend gebruik van een slaapmiddel op zijn plaats zijn. Maar dat wordt lang niet altijd voor slechts korte tijd gegeven. Wordt een keus gemaakt, dan zal die bijna altijd op kortwerkende middelen moeten vallen. Dat kunnen benzodiazepinen maar ook non-benzodiazepinen zijn. Zijn de overeenkomsten en de verschillen bekend?
In ziekenhuizen is de drempel voor het geven van slaapmiddelen erg laag. Wanneer mensen thuiskomen uit het ziekenhuis, dan blijkt een aantal van hen al behoorlijk gewend te zijn aan slaapmiddelen. Gewaakt moet worden voor te nonchalant verlengen van in het ziekenhuis gestarte slaapreceptuur.

Gewenning aan slaapmiddelen vormt een groot probleem. Velen, vooral ouderen, zijn eraan gewend en ‘kunnen’ niet meer slapen zonder pillen. Dat is jammer. Het is goed wanneer regelmatig wordt geprobeerd om – samen met de huisarts – een aantal mensen te helpen van de slaapmiddelen af te komen of deze middelen in ieder geval tot een minimum te beperken.

 

Leerdoelen

Na afronding van dit nascholingsprogramma weet je hoe het normale slaappatroon van een mens eruitziet en hoe dit patroon verandert met het ouder worden. Je kunt patiënten op doelgerichte wijze helpen door het adviseren en begeleiden van de niet-medicamenteuze behandeling en het toelichten van medicamenteuze behandelingen. Daarnaast heb je gereflecteerd op de aanpak van slaapstoornissen in de praktijk(en) waar je werkt en heb je mogelijke gesprekspunten geformuleerd voor intervisie.

Deze leerdoelen bereik je doordat:

  • je je kennis van de fysiologie van de slaap, zowel bij kinderen, volwassenen als ouderen hebt opgefrist en geactualiseerd;
  • je je eigen gedachten en ideeën over slaapklachten en slaapstoornissen en de oorzaken van slaapstoornissen hebt getoetst aan die van de NHG-Standaard;
  • je nog eens stil hebt gestaan bij de niet-medicamenteuze behandeling van slaapstoornissen in de vorm van voorlichting en slaaphygiënische adviezen, en hebt kennisgenomen van de aanbevelingen voor een gedragsmatige aanpak en advies over lichaamsbeweging;
  • je (opnieuw) op de hoogte bent van het advies terughoudend te zijn met adviseren van het voorschrijven van slaapmiddelen - zowel als eerste recept maar vooral ook als vervolgrecept - en welke middelen op dit moment wel en welke niet de voorkeur verdienen.

 

Auteurs

drs. Lieshout, G.J.C.M. van

Gert van Lieshout is arts en oud-huisarts. Na achttien jaar fulltime huisarts te zijn geweest, is Gert parttime als huisarts gaan werken en is hij zich met nascholing gaan bezighouden. Als een van de oprichters van AccreDidact is hij zestien jaar actief geweest met het ontwikkelen van schriftelijke geaccrediteerde nascholing voor huisartsen, apothekers, doktersassistenten en apothekersassistenten. Momenteel geeft hij mondelinge geaccrediteerde nascholing aan apothekers en ontwikkelt hij schriftelijke geaccrediteerde nascholing. Zijn inschrijving als arts in het BIG-register is per 2018 voor vijf jaar verlengd na het slagen voor de daartoe verplichte modules Basiskennis, Klinisch Redeneren en Klinische Vaardigheden aan het VUmc te Amsterdam. Belangenconflicten: geen.

Wenning, H.

Harold Wenning MSC is verpleegkundig specialist-GGZ en werkzaam bij Praktijk voor psychologische expertise Maarsingh en Van Steijn. Daarnaast werkt hij als POH-GGZ bij drie huisartsenpraktijken in Leeuwarden. Hij is auteur van de boeken ADHD, een volwassen benadering en Handboek POH-GGZ. Tevens heeft hij bijdragen geleverd aan diverse andere publicaties over GGZ-gerelateerde onderwerpen. Belangenconflicten: geen.

Opmerkingen

eLearning

In onze eLearnings vind je vragen of casus. Deze zijn bedoeld om de stof te introduceren en je kennis vooraf in kaart te brengen; ze tellen niet mee voor je eindresultaat. Voor het behalen van de nascholingspunten moet je: 1. het programma helemaal doorlopen en 2. de afsluitende toets met een voldoende afsluiten (zie hieronder).

Toets

Deze nascholing is voor 3 punten geaccrediteerd. Je krijgt de punten toegekend als je de afsluitende toets succesvol (≥ 70% correct beantwoord) hebt afgerond.

Nota bene

Houd bij hoe lang je met dit programma bezig bent geweest. Het is voor de redactie van AccreDidact en voor de NVvPO nuttig te weten hoeveel tijd je in totaal nodig hebt gehad om het gehele programma door te werken, de opdrachten uit te voeren, de vragen te beantwoorden en ten slotte alle vragen op de afsluitende toets volledig en adequaat te beantwoorden. Als je de toets volledig hebt ingevuld, ga dan na hoeveel tijd je in totaal aan dit programma besteed hebt. Vul de totaal bestede tijd in bij de betreffende vraag na de toets.

Verdieping

De externe links naar artikelen en andere verdiepende internetbronnen zijn ondergebracht in de Verdieping. Ook vind je soms toelichtende figuren en tabellen in de Verdieping. In de Verdieping wordt je naar een externe pagina geleid, het huidige venster blijft actief. De verdiepingsstof is geen toetsstof. De Verdieping herken je aan één van de volgende symbolen:

verdieping icoon

Diclaimer

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. Voorzover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 20 juni 1974, St.b. 351, zoals gewijzigd bij Besluit van 23 augustus 1985, St.b. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht. Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatie- of andere werken (artikel 16 Auteurswet 1912), in welke vorm dan ook, dient men zich tot de samenstellers/uitgever te wenden.

De uitgever heeft datgene gedaan wat redelijkerwijs van haar kan worden gevergd om de rechten van de auteursrechthebbenden op de beelden te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die menen rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze zal in navolgende drukken van dit werk dergelijke omissies corrigeren.

De inzichten in de geneeskunde en wetenschap zijn voortdurend aan verandering onderhevig als gevolg van onderzoek en ervaring. De redactie, auteurs en uitgever zijn uiterst zorgvuldig te werk gegaan, om ervoor te zorgen dat de in dit nascholingsprogramma verstrekte informatie, in overeenstemming is met de huidige kennis van zaken. Dit ontslaat de gebruiker van deze nascholing echter niet van de verplichting om aan de hand van bestaande richtlijnen, protocollen en wetenschappelijke informatie te controleren of de daar verstrekte informatie afwijkt van de gegevens in dit boek en daarmee vast te stellen of de inhoud nog in overeenstemming is met de huidige stand van zaken ten aanzien van kennis en handelen.

Ondanks alle aan de samenstelling van deze uitgave bestede zorg, zal noch de uitgever, noch de auteur aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige fout die in deze uitgave zou kunnen voorkomen.

Normale slaap, slapeloosheid en oorzaken daarvan 

Casuïstiek

Opdracht

De bedoeling van dit onderdeel is dat je deze casussen uitwerkt met de kennis die je nu hebt en op de manier waarop je dat nu doet, dus nog zonder de stof van dit nascholingsprogramma doorgenomen te hebben. Op die manier achterhaal je wat je op dit moment weet over slaap en slaapproblemen.

Casus 1 De heer Cornelissen

De 68-jarige heer Cornelissen is bekend met diabetes mellitus type 2, waarvoor hij al enkele jaren metformine gebruikt; zonder problemen. Het gaat hem verder goed en hij komt regelmatig op controle bij de POH-S in het kader van de ketenzorg diabetes. Daarnaast bezoekt hij nu de POH-GGZ in verband met slapeloosheid. Hij zegt dat hij de laatste tijd slecht slaapt. Het slapen is nooit een groot probleem geweest, maar de laatste tijd heeft hij er toenemend last van. Hij slaapt moeilijker in, wordt meer dan viermaal per nacht wakker en is ’s morgens nogal eens vroeg wakker.

Vraag a

Dit zijn klachten die typisch zijn voor een persoon met diabetes mellitus type 2.

Verklarende woordenlijst
Literatuurlijst

Op alfabetische volgorde:

  • Anonymus. Geneesmiddelennieuws. Pharm Weekbl 2014;148(4):13.
  • Arends JBAM, Ooms LP, Declerck AC, Sweden B van. Slaapklachten en slaperigheid overdag, een moeilijk in te schatten probleem. Ned Tijdschr Geneeskd. 1992;136(37):1793-5.
  • Balledux M, Schreuder L, Laukon-Bakker B. Biologisch ritme en schoolprogramma. NIZW Jeugd, april 2005.
  • Bijl D. Melatonine. Geneesmiddelenbull 2009;43(8):80-1.
  • Bossche RAS van den, Weerd AW de. Ontwikkeling van slaap in de eerste levensmaanden. Mod Med. 2002;12:738-43.
  • Dam JG van. Slaapmiddelen en ‘rebound’-slapeloosheid: benzodiazepinen en zopiclon. Pharm Weekbl 1991;126(4):116-7.
  • Declerck AC. Slaapstoornissen: hinderlijk voor patiënt en arts. Pat Care 1997;24(1):13-21.
  • Geijlswijk IM van. Kind veilig naar dromenland met melatonine. Pharm Weekbl 2011;146(39):44-7.
  • Goed slapen: zó werkt dat! Institute for Pharmacy Practice and Policy sir, www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/brochures/2009/01/30/goed-slapen-zo-werkt-dat.html.
  • Invloed op rijvaardigheid slaapmedicatie nader onderzocht. Pharm Sel 2009;25(10):100.
  • Kamphuisen HAC. In hoeverre is een fysiologische slaap van belang voor het dagelijks leven? Vademecum 1996;14:38a.
  • Kamphuisen HAC. Slecht slapen door slaapmiddelen (‘rebound insomnia’), en de plaats van zopiclon. Ned Tijdschr Geneeskd 1992;136(12):556-8.
  • Kerkhof GA. De biologische klok: een tijd van slapen en een tijd van waken. Mod Med. 1998;7:20-3.
  • Knuistingh Neven A, Eekhof JAH. Jet lag. Huisarts Wet 2004;47(9):430-2.
  • Knuistingh Neven A. Slaap: voor de hersenen. Fysiologische aspecten en therapeutische mogelijkheden. Pharm Weekbl 2001;136(49):1810-4.
  • Kranenburg G, Teunissen LL. Overmatige slaperigheid: een diagnostisch dilemma. Ned Tijdschr Geneeskd. 2014;158(36):A7537.
  • Lagro-Janssen T. Benzodiazepinen en de gemoedsrust van de huisarts. Huisarts Wet 1993;36(12):402-4.
  • Moolenaar F. Slaapmedicatie via de rectale toedieningsweg? Pharm Weekbl 1993;128(10):300-1.
  • Nagtegaal JE, Meer YG van der, Smits MG. Melatonine. Geneesmiddelen ‘not for human use’. Pharm Weekbl. 1996;131(19):546-9.
  • NHG-werkgroep Slaapproblemen en slaapmiddelen. NHG-Standaard Slaapproblemen en slaapmiddelen (tweede herziening). Huisarts Wet. 2014;57(7):352-61.
  • Rijn-van den Meijdenberg J. Slaapstoornissen bij adolescenten. Huisarts Wet. 2010;53(4):234.
  • Slapeloosheid en hypnotica. www.farmacotherapeutischkompas.nl/inleidendeteksten/i/inl%20slapeloosheid%20hypnotica.asp.
  • Smits M, Keijzer H, Braam W, Curfs L. Misverstanden over melatonine. Med Contact 2016;71(13):30-2.
  • Smits MG, Nagtegaal JE, Swart ACW. Het synchroniseren van de biologische klok bij een verstoord slaap-waakritme. Ned Tijdschr Geneeskd. 1996;140(28):1429-31.
  • Stolk LML, Mulder-Wildemors LGM. Melatonine met verlengde werking. Pharm Sel. 2008;24(6):52-4.
  • Visser SL. Slaap & Slaapstoornissen. Kampen: Kok; 1992.
  • Vogel EM de. Consequent uitvoeren van de Standaard voorkomt chronisch slaapmiddelengebruik. Commentaar op de NHG-Standaard Slaapproblemen en slaapmiddelen (eerste herziening). Pharm Weekbl 2006;141(4):30-2.
  • Voorhoeve HWA, Gevers-Potgieser HH. Het slaap-waak gedrag van jonge kinderen. Pat Care 1994;21(12):11-26.
  • Vroege vogels en nachtbrakers. Pharm Sel. 1998;14(26):162.
  • Vrouwen slapen beter dan ze denken. Med Contact 2009;64(41):1680.
  • Wat is er verkeerd aan het voorschrijven van slaapmiddelen? Geneesmiddelenbull 2005;39(7):73-9.
  • Zitman FG. Slaapstoornissen. Pharm Weekbl. 1997;132(31):1090-7.
Help en toelichting

Hieronder vindt u een korte beschrijving als hulp bij het gebruik van de eLearning- en eindtoetsmodule van AccreDidact.

U kunt dit scherm (en andere schermen in deze module) sluiten door rechts bovenin op het blauwe kruis te klikken. Heeft u ondanks de onderstaande instructie toch nog vragen? Neem dan gerust contact met AccreDidact op: klik hier.

Menu en navigatie

De menu-navigatie bevindt zich aan de linkerkant en bevat de indeling van het programma. U ziet hier direct uw voortgang en door te klikken op reeds gelezen hoofdstukken kunt u navigeren door het programma. Als u een hoofdstuk heeft afgerond, wordt het menu bijgewerkt en ziet u dus uw voortgang.

Onder de inhoudsopgave vindt u verder – soms optioneel – de leerdoelen, informatie over de auteur(s), links naar externe bronnen en deze helpfunctie. Eenmaal geopend kunt u deze items sluiten door op het blauwe kruis rechts bovenin te klikken.

U kunt het menu ‘in- en uitklappen’ door op onderstaand icoon te klikken.

hamburger

Vragen beantwoorden

De vragen in deze module – entreetoets, tussenvragen, vragen bij een casus en toetsvragen – kunt u beantwoorden door een of meer vakjes aan te klikken of – in het geval van open vragen – tekst te typen in het tekstvak. Zodra uw antwoord is genoteerd, verschijnt het juiste antwoord met een toelichting en kunt u verder lezen.

Let op: in sommige browsers moet u – bij open vragen – naast het tekstvak klikken om uw antwoord vast te leggen en verder te kunnen gaan.

Let op: bij meerkeuzevragen met meer opties dient u altijd even te bevestigen wat uw definitieve antwoord is, zie de afbeelding hieronder. Nota bene: heeft een meerkeuzevraag slechts een enkel goed antwoord dan staat voor de antwoordcategorieën geen vierkantje maar een rondje.

meerkeuze

Kan ik tussentijds stoppen en afsluiten?

Ja, dat kan. Uw voortgang en ingevoerde antwoorden blijven bewaard voor de volgende keer dat u het programma weer opent.

Verdieping

Op diverse plaatsen in de tekst vindt u in de rechtermarge een icoon dat aangeeft dat er op dit punt een verdieping staat. Een verdieping kan extra toelichting of aanvullende informatie bevatten. U opent de verdieping door op het icoon te klikken en kunt deze weer sluiten door op het blauwe kruis rechts bovenin te klikken.

verdieping2

Noten

In de lopende tekst vindt u in een donker rondje de noten: als u erop klikt ziet u de achterliggende tekst. Met een volgende klik sluit de noot en kunt u weer verder.

Externe links

Zowel de lopende tekst als verdiepingen en de toelichting op vragen kunnen links naar externe websites bevatten. Als u hierop klikt, wordt er altijd een nieuw venster of tabblad in uw browser geopend. Hierdoor blijft de module van AccreDidact beschikbaar.

Afbeeldingen

De afbeeldingen die u in de programma’s van AccreDidact aantreft, zijn mogelijk geschaald om ze goed weer te geven in de lopende tekst. U kunt altijd op de afbeelding klikken om deze te tonen in het werkelijke formaat, zodat u eventuele details beter kunt zien. U kunt de afbeelding weer sluiten door ergens in uw scherm te klikken.

Literatuurlijst, leerdoelen en auteurs

Deze items vindt u aan de linkerkant van het scherm, in het menu onder de inhoudsopgave. Als u een item geopend heeft, kunt u dit sluiten door op het blauwe kruis rechts bovenin te klikken.

Eindtoets

De afsluitende toets bestaat uit meerkeuzevragen. Net als in de eLearning is er naast de vraagstelling ook een visueel verschil tussen vragen met een goed antwoord (rondjes) en vragen waarbij u om meerdere antwoorden wordt gevraagd (vierkantjes).

Heeft u de toets gehaald dan komt u in een scherm waarin u een korte enquête over de nascholing kunt invullen. Daarna kunt u uw punten direct laten toevoegen aan GAIA/PE-Online/KABIZ/KRT (kies ‘nee’ als u niet geregistreerd bent of uw punten elders verzamelt) en aangeven hoe lang u over de nascholing, inclusief toets, heeft gedaan.

U heeft drie pogingen om de eindtoets met een voldoende af te ronden. Mocht u nog een poging nodig hebben dan moet de toets gereset worden (zie hieronder). U zult de eLearning dan opnieuw moeten doorlopen.

resultaat

Externe bronnen en verklarende woordenlijst

Indien nuttig kunnen aan een eLearning externe bronnen (denk aan een online rekentool of het Farmacotherapeutisch Kompas) en/of een woordenlijst worden toegevoegd. Net als bij alle andere vensters geldt dat u deze met een klik op het blauwe kruis rechts bovenin sluit.

Beeld bij dit artikel
Leerdoelen

Na afronding van dit nascholingsprogramma weet je hoe het normale slaappatroon van een mens eruitziet en hoe dit patroon verandert met het ouder worden. Je kunt patiënten op doelgerichte wijze helpen door het adviseren en begeleiden van de niet-medicamenteuze behandeling en het toelichten van medicamenteuze behandelingen. Daarnaast heb je gereflecteerd op de aanpak van slaapstoornissen in de praktijk(en) waar je werkt en heb je mogelijke gesprekspunten geformuleerd voor intervisie.

Deze leerdoelen bereik je doordat:

  • je je kennis van de fysiologie van de slaap, zowel bij kinderen, volwassenen als ouderen hebt opgefrist en geactualiseerd;
  • je je eigen gedachten en ideeën over slaapklachten en slaapstoornissen en de oorzaken van slaapstoornissen hebt getoetst aan die van de NHG-Standaard;
  • je nog eens stil hebt gestaan bij de niet-medicamenteuze behandeling van slaapstoornissen in de vorm van voorlichting en slaaphygiënische adviezen, en hebt kennisgenomen van de aanbevelingen voor een gedragsmatige aanpak en advies over lichaamsbeweging;
  • je (opnieuw) op de hoogte bent van het advies terughoudend te zijn met adviseren van het voorschrijven van slaapmiddelen - zowel als eerste recept maar vooral ook als vervolgrecept - en welke middelen op dit moment wel en welke niet de voorkeur verdienen.

 

Samenvatting

Er zijn veel mensen die vinden dat ze niet goed slapen. Als ze met die klacht bij de POH-GGZ komen, behoort die goed navraag te doen. Het komt namelijk zeer regelmatig voor dat mensen vinden dat ze niet goed slapen, maar dat er objectief gezien geen slaaptekort bestaat. Berucht zijn slaapklachten van ouderen, die bij goed doorvragen vaak blijken te berusten op frequent wakker worden. En dat is normaal.
POH's-GGZ, huisartsen, apothekers en assistenten zijn zich niet steeds goed bewust van de definitie van een slaapstoornis. Ook blijkt lang niet altijd bekend te zijn dat de slaap met het ouder worden verandert. Het slaappatroon bij kinderen wijkt op een aantal punten duidelijk af van dat van volwassenen. In hoeverre zijn die verschillen bij je bekend?
Soms wordt er snel naar slaapmiddelen gevraagd in moeilijke perioden, na een paar nachten niet goed slapen, voor jetlag etc. Ze worden ook nogal eens voorgeschreven, terwijl de patiënt in veel gevallen geholpen is met goede voorlichting en slaaphygiënische adviezen. De POH-GGZ kan hierin een belangrijke rol vervullen.
Pas wanneer voorlichting en slaaphygiënische adviezen niet het gewenste resultaat hebben, zou overwogen mogen worden farmacotherapie in te zetten. Sommige huisartsen handelen nogal eens anders en zijn in veel gevallen gemakkelijker met het voorschrijven van slaapmiddelen dan het aanraden van protocollen.

Aan de balie

Assistenten in de huisartsenpraktijk krijgen geregeld de vraag om hulpmiddelen om beter te kunnen slapen. Ook de assistent zou enkele oriënterende vragen kunnen/moeten stellen om te achterhalen of er van een slaapstoornis sprake is en niet alleen van een subjectief ervaren tekort aan slaap.
Als is vastgesteld dat gevolgen van een slaaptekort overdag duidelijk merkbaar zijn, behoren eerst niet-medicamenteuze adviezen gegeven te worden. Hierin kan de POH-GGZ een rol spelen.

Farmacotherapie

Als voldoende lang geprobeerd is om met voorlichting en slaaphygiënische adviezen bepaalde perioden met objectief slaaptekort door te komen, kan kortdurend gebruik van een slaapmiddel op zijn plaats zijn. Maar dat wordt lang niet altijd voor slechts korte tijd gegeven. Wordt een keus gemaakt, dan zal die bijna altijd op kortwerkende middelen moeten vallen. Dat kunnen benzodiazepinen maar ook non-benzodiazepinen zijn. Zijn de overeenkomsten en de verschillen bekend?
In ziekenhuizen is de drempel voor het geven van slaapmiddelen erg laag. Wanneer mensen thuiskomen uit het ziekenhuis, dan blijkt een aantal van hen al behoorlijk gewend te zijn aan slaapmiddelen. Gewaakt moet worden voor te nonchalant verlengen van in het ziekenhuis gestarte slaapreceptuur.

Gewenning aan slaapmiddelen vormt een groot probleem. Velen, vooral ouderen, zijn eraan gewend en ‘kunnen’ niet meer slapen zonder pillen. Dat is jammer. Het is goed wanneer regelmatig wordt geprobeerd om – samen met de huisarts – een aantal mensen te helpen van de slaapmiddelen af te komen of deze middelen in ieder geval tot een minimum te beperken.

 

Auteurs

drs. Lieshout, G.J.C.M. van

Gert van Lieshout is arts en oud-huisarts. Na achttien jaar fulltime huisarts te zijn geweest, is Gert parttime als huisarts gaan werken en is hij zich met nascholing gaan bezighouden. Als een van de oprichters van AccreDidact is hij zestien jaar actief geweest met het ontwikkelen van schriftelijke geaccrediteerde nascholing voor huisartsen, apothekers, doktersassistenten en apothekersassistenten. Momenteel geeft hij mondelinge geaccrediteerde nascholing aan apothekers en ontwikkelt hij schriftelijke geaccrediteerde nascholing. Zijn inschrijving als arts in het BIG-register is per 2018 voor vijf jaar verlengd na het slagen voor de daartoe verplichte modules Basiskennis, Klinisch Redeneren en Klinische Vaardigheden aan het VUmc te Amsterdam. Belangenconflicten: geen.

Wenning, H.

Harold Wenning MSC is verpleegkundig specialist-GGZ en werkzaam bij Praktijk voor psychologische expertise Maarsingh en Van Steijn. Daarnaast werkt hij als POH-GGZ bij drie huisartsenpraktijken in Leeuwarden. Hij is auteur van de boeken ADHD, een volwassen benadering en Handboek POH-GGZ. Tevens heeft hij bijdragen geleverd aan diverse andere publicaties over GGZ-gerelateerde onderwerpen. Belangenconflicten: geen.