Menu

SOLK (demo)

2016/1

Header afbeelding

SOLK (demo)

2016/1

Samenvatting

De NHG-Standaard stelt dat er sprake is van somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) als lichamelijke klachten langer dan enkele weken aanhouden en als er bij adequaat medisch onderzoek geen aandoening is gevonden die de klachten voldoende verklaart.
In de somatische specialismen worden SOLK vaak gegroepeerd naar functionele syndromen: clusters van symptomen die vaak samen voorkomen. Binnen deze syndromen worden de zogenaamde grote drie onderscheiden, te weten chronischevermoeidheidssyndroom (CVS), fibromyalgiesyndroom (FMS) en prikkelbaredarmsyndroom (PDS). Deze worden gekenmerkt door de klachtenclusters vermoeidheid, chronische pijn van het bewegingsapparaat en maag-darmklachten. De vraag of hier sprake is van verschillende stoornissen, of dat het verschillende uitingen zijn van hetzelfde probleem, is vooralsnog onopgelost. Wel is duidelijk dat deze syndromen een aantal gemeenschappelijke kenmerken hebben.
Binnen de psychiatrische diagnoses vallen SOLK onder de somatoforme stoornissen. Deze categorie stoornissen heeft een grote wijziging ondergaan van DSM-IV naar DSM-5. In DSM-IV werd de diagnose gesteld op basis van de aanwezigheid van een bepaald aantal onbegrepen klachten, dus per exclusionem. Dat is in DSM-5 anders. Voor de nieuwe diagnose somatische symptoomstoornis is het onbelangrijk of de symptomen die de patiënt presenteert al dan niet samenhangen met een bekende ziekte. Van belang is dat een patiënt disfunctionele emoties, cognities en gedragingen heeft samenhangend met deze klachten. Het concept zoals gehanteerd in DSM-5 past bij het in Nederland gehanteerde concept van SOLK. Hieronder vallen ook de patiënten bij wie de klachten ernstiger en langduriger zijn dan verwacht, of bij wie de beperkingen groter zijn dan op grond van de aandoening te verwachten is.
SOLK zijn geassocieerd met beperkingen in kwaliteit van leven, werkgerelateerde beperkingen, en gestegen ziektekosten. Een recente Nederlandse studie vergeleek functionele beperkingen op lichamelijk, psychisch en maatschappelijk vlak tussen SOLK-syndromen (CVS, FMS, PDS) en erkende ziekten met soortgelijke symptomen (multipele sclerose (MS), reumatoïde artritis (RA), inflammatoire darmziekten (IBD). Hieruit bleek dat de functionele beperkingen in alle domeinen minstens net zo groot zijn in de SOLK-groep als in de groep met erkende ziekten. De directe medische kosten in Nederland zijn geschat op 3.123 euro per SOLK-patiënt per jaar, besteed aan medicatiegebruik, gemiddeld acht bezoeken aan somatisch specialisten, veertien fysiotherapeutbezoeken en zestien huisartsbezoeken.
Huisartsen en andere zorgverleners vinden het vaak lastig om SOLK-patiënten te behandelen, terwijl patiënten zich niet altijd gehoord voelen. De geloofwaardigheid van beiden staat op het spel; die van de arts, omdat deze niet in staat is de oorzaak van de klachten te ontdekken, en die van de patiënt, omdat de symptomen niet geobjectiveerd kunnen worden. Dit zet de relatie van patiënt en arts onder druk, en kan het herstel belemmeren. De huisarts is bij uitstek de specialist om SOLK vroegtijdig te herkennen en op een biopsychosociale manier te benaderen. Het doel van deze nascholing is de huisarts in deze functie te versterken.

Bekijk hier de introductie op de nascholing.

 

Leerdoelen

Na afloop van deze nascholing:

  • kunt u SOLK-patiënten herkennen;
  • kunt u de voor- en nadelen van somatische diagnostiek bij een vermoeden van SOLK afwegen;
  • bent u in staat de rol van psychische factoren beter te beoordelen;
  • kunt u een goed consult voeren, waarbij het contact met de patiënt openblijft;
  • bent u in staat de verwijsmogelijkheden te verkennen;
  • kunt u de patiënt motiveren voor psychotherapie.

De NHG-Standaard SOLK vermeldt dat deze niet gaat over een specifieke klacht of ziekte, maar handvatten voor het beleid geeft als er géén specifieke somatische aandoening wordt gevonden, de klachten niet overgaan, de klachten met functionele belemmeringen gepaard gaan en de patiënt zich tot de huisarts blijft wenden met een hulpvraag. Dat geldt ook voor deze nascholing. Net als de NHG-Standaard SOLK gaat deze nascholing niet in op het beleid bij specifieke somatoforme stoornissen.

Auteur

Prof. dr. Rosmalen, J.

Judith Rosmalen is als hoogleraar werkzaam op de afdelingen Psychiatrie en Interne geneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Zij heeft een achtergrond in de medische biologie (Universiteit Utrecht 1995) en in de psychologie (Rijksuniversiteit Leiden 1998), en is gepromoveerd op interacties tussen het endocriene en het immuunsysteem (Erasmus Universiteit Rotterdam 2000). Haar multidisciplinaire onderzoek richt zich op wisselwerkingen tussen biomedische en psychosociale aspecten van gezondheidsproblemen. Haar speciale interesse gaat uit naar somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK). Ze is projectleider van Grip op klachten, een innovatief eHealth systeem gericht op monitoring en behandeling van SOLK (www.gripopklachten.nl), dat momenteel door een landelijk consortium wordt geïmplementeerd. Belangenconflicten: geen.

Opmerkingen

Dit nascholingsprogramma is in twee gedeelten, Blok A en Blok B, door te werken. U zult daar tweemaal ruim een uur voor nodig hebben. Mogelijk beklijft de stof beter als u het programma in twee gedeelten doorwerkt.

Toets

Deze nascholing is voor 2 punten geaccrediteerd. U krijgt de punten toegekend als u de afsluitende toets succesvol (≥ 70% correct beantwoord) hebt afgerond.

Diagnostiek van SOLK

Algemeen

Opdracht

Beantwoord eerst de vragen bij de casus met de kennis die u nu hebt, dus nog zonder de stof van deze nascholing doorgenomen te hebben.

Casus 1 De heer Koning

De heer Koning, 38 jaar, bezoekt het spreekuur, omdat hij sinds een aantal weken het gevoel heeft dat hij een hypo heeft. Dit kan enkele keren per dag voorkomen. Spontaan vertelt hij daarbij, dat hij denkt dat dit te maken kan hebben met spanningen op het werk. Na enkele reorganisaties werkt hij daar nog steeds, maar hij heeft het idee dat er spelletjes met hem gespeeld worden. Dat speelt echter al lang en de klachten van die hypo’s zijn er pas kort, dus er zal toch iets mis moeten zijn.

Vraag a

Welke factoren (anders dan de gepresenteerde klachten zelf) zijn voor u van belang om te denken aan SOLK?

Verklarende woordenlijst
Literatuurlijst

Op alfabetische volgorde

  • Armstrong D, Fry J, Armstrong P. Doctors' perceptions of pressure from patients for referral. BMJ. 1991;302:1186-8.
  • Bazelmans E, Prins JB, Hoogveld S, Bleijenberg G. Manual-based cognitive behaviour therapy for chronic fatigue syndrome: therapists' adherence and perceptions. Cogn Behav Ther. 2004;33:143-50.
  • Bekhuis E, Boschloo L, Rosmalen JG, Schoevers RA. Differential associations of specific depressive and anxiety disorders with somatic symptoms. J Psychosom Res. 2015;78:116-22.
  • Bernardy K, Klose P, Busch AJ, Choy EH, Hauser W. Cognitive behavioural therapies for fibromyalgia. Cochrane Database Syst Rev. 2013;9:CD009796.
  • Blankenstein AH, Bouman TK, Feltz-Cornelis CM van der, Fischer ER, Horst HE van der, Swinkels JA. Multidisciplinaire richtlijn: Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten en somatoforme stoornissen. 2010.
  • Bokhoven MA van, Koch H, Weijden T van der, Grol RP, Kester AD, Rinkens PE, et al. Influence of watchful waiting on satisfaction and anxiety among patients seeking care for unexplained complaints. Ann Fam Med. 2009;7:112-20.
  • Boven K van, Lucassen P, Ravesteijn H van, olde Hartman T, Bor H, Weel-Baumgarten E van, et al. Do unexplained symptoms predict anxiety or depression? Ten-year data from a practice-based research network. Br J Gen Pract. 2011;61:e316-25.
  • Brandsma F. Cognitieve gedragstherapie: Win-winsituatie voor huisarts en patiënt. Huisarts Wet. 2003;46(5):284-5.
  • Burton C. ABC of medically unexplained symptoms. ABC series 2013:88 (www.abcbookseries.com).
  • CBO. Richtlijn Diagnose, behandeling, begeleiding en beoordeling van patiënten met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) (www.diliguide.nl/document/3435); 2013.
  • Creavin ST, Dunn KM, Mallen CD, Nijrolder I, Windt DA van der. Co-occurrence and associations of pain and fatigue in a community sample of Dutch adults. Eur J Pain 2010;14:327-34.
  • Dessel N van, Boeft M den, Wouden JC van der, Kleinstauber M, Leone SS, Terluin B, et al. Non-pharmacological interventions for somatoform disorders and medically unexplained physical symptoms (MUPS) in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2014;11:CD011142.
  • Dowrick CF, Ring A, Humphris GM, Salmon P. Normalisation of unexplained symptoms by general practitioners: a functional typology. Br J Gen Pract. 2004;54:165-70.
  • Eikelboom EM, Tak LM, Roest AM, Rosmalen JGM. A meta-analysis of the percentage of misdiagnoses in medically unexplained symptoms. Submitted 2015.
  • Epstein RM, Quill TE, McWhinney IR. Somatization reconsidered: incorporating the patient's experience of illness. Arch Intern Med. 1999;159:215-22.
  • Feltz-Cornelis CM van der, Houdenhove B van. DSM-5: from 'somatoform disorders' to 'somatic symptom and related disorders'. Tijdschr Psychiatr. 2014;56:182-6.
  • Gask L, Dowrick C, Salmon P, Peters S, Morriss R. Reattribution reconsidered: narrative review and reflections on an educational intervention for medically unexplained symptoms in primary care settings. J Psychosom Res. 2011;71:325-34.
  • Gils A van, Burton C, Bos EH, Janssens KA, Schoevers RA, Rosmalen JG. Individual variation in temporal relationships between stress and functional somatic symptoms. J Psychosom Res. 2014;77:34-9.
  • Gils A van, Schoevers RA, Bonvanie IJ, Gelauff JM, Roest AM, Rosmalen JGM. Self-help for medically unexplained symptoms: a systematic review and meta-analysis. Submitted 2015.
  • Goldberg D, Gask L, O'Dowd T. The treatment of somatization: teaching techniques of reattribution. J Psychosom Res. 1989;33:689-95.
  • Goldberg DP, Bridges K. Somatic presentations of psychiatric illness in primary care setting. J Psychosom Res. 1988;32:137-44.
  • Heijmans M, olde Hartman TC, Weel-Baumgarten E van, Dowrick C, Lucassen PL, Weel C van. Experts' opinions on the management of medically unexplained symptoms in primary care. A qualitative analysis of narrative reviews and scientific editorials. Fam Pract. 2011;28:444-55.
  • Henningsen P, Zipfel S, Herzog W. Management of functional somatic syndromes. Lancet 2007;369:946-55.
  • Horst HE van der, Wit NJ de, Quartero AO, Muris JWM, Berger MY, Bijkerk CJ, et al. NHG-Standaard Prikkelbaredarmsyndroom (PDS) (Eerste herziening). Huisarts Wet. 2012;55(5):204-9.
  • Houtveen J. De dokter kan niets vinden. Het raadsel van medisch onverklaarde lichamelijke klachten. Amsterdam: Bert Bakker; 2011.
  • Janssens KA, Zijlema WL, Joustra ML, Rosmalen JG. Mood and anxiety disorders in chronic fatigue syndrome, fibromyalgia, and irritable bowel syndrome: Results fom the LifeLines Cohort Study. Psychosom Med. 2015;77:449-57.
  • Joustra ML, Janssens KA, Bultmann U, Rosmalen JG. Functional limitations in functional somatic syndromes and well-defined medical diseases. Results from the general population cohort LifeLines. J Psychosom Res. 2015;79:94-9.
  • Jutel A. Medically unexplained symptoms and the disease label. Social Theory & Health 2010;8:229-45.
  • Knoop H, Bleijenberg G. Het chronisch vermoeidheidssyndroom: behandelprotocol cognitieve gedragstherapie voor CVS. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2010.
  • Koch H, Bokhoven MA van, Bindels PJ, Weijden T van der, Dinant GJ, Riet G ter. The course of newly presented unexplained complaints in general practice patients: a prospective cohort study. Fam Pract. 2009;26:455-65.
  • Koch H, Bokhoven MA van, Riet G ter, Alphen-Jager JT van, Weijden T van der, Dinant GJ, et al. Ordering blood tests for patients with unexplained fatigue in general practice: what does it yield? Results of the VAMPIRE trial. Br J Gen Pract. 2009;59:e93-100.
  • Kroenke K, Krebs EE, Wu J, Yu Z, Chumbler NR, Bair MJ. Telecare collaborative management of chronic pain in primary care: a randomized clinical trial. JAMA. 2014;312:240-8.
  • Kroenke K. A practical and evidence-based approach to common symptoms: a narrative review. Ann Intern Med. 2014;161:579-86.
  • Nimnuan C, Hotopf M, Wessely S. Medically unexplained symptoms: how often and why are they missed? QJM. 2000;93:21-8.
  • NOLK. Position paper Organisatie van zorg voor SOLK (http://www.nolk.info/wp-content/uploads/2013/09/Position_Paper-NOLK-def-sept-2013-pdf); 2013.
  • olde Hartman T, Rijswijk E van, Dulmen S van, Weel-Baumgarten E van, Lucassen P, Weel C van. Communicatie met patiënten met chronische SOLK. Huisarts Wet. 2014;57(3):114-8.
  • olde Hartman TC, Blankenstein AH, Molenaar AO, Bentz van den Berg D, Horst HE van der, Arnold IA, et al. NHG-Standaard Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK). Huisarts Wet 2013;56(5):222-30.
  • olde Hartman TC, Borghuis MS, Lucassen PL, Laar FA van de, Speckens AE, Weel C van. Medically unexplained symptoms, somatisation disorder and hypochondriasis: course and prognosis. A systematic review. J Psychosom Res. 2009;66:363-77.
  • olde Hartman TC, Hassink-Franke LJ, Lucassen PL, Spaendonck KP van, Weel C van. Explanation and relations. How do general practitioners deal with patients with persistent medically unexplained symptoms: a focus group study. BMC Fam Pract. 2009 Sep 24;10:68. doi: 10.1186/1471-2296-10-68.
  • olde Hartman TC, Ravesteijn H van, Lucassen P. Onverklaarde lichamelijke klachten. Huisarts Wet. 2012;55(7):301-5.
  • Peters S, Rogers A, Salmon P, Gask L, Dowrick C, Towey M, et al. What do patients choose to tell their doctors? Qualitative analysis of potential barriers to reattributing medically unexplained symptoms. J Gen Intern Med. 2009;24:443-9.
  • Petrie KJ, Muller JT, Schirmbeck F, Donkin L, Broadbent E, Ellis CJ, et al. Effect of providing information about normal test results on patients' reassurance: randomised controlled trial. BMJ. 2007;334:352.
  • Reid S, Whooley D, Crayford T, Hotopf M. Medically unexplained symptoms – GPs' attitudes towards their cause and management. Fam Pract. 2001;18:519-23.
  • Rhoades DR, McFarland KF, Finch WH, Johnson AO. Speaking and interruptions during primary care office visits. Fam Med. 2001;33:528-32.
  • Ring A, Dowrick CF, Humphris GM, Davies J, Salmon P. The somatising effect of clinical consultation: what patients and doctors say and do not say when patients present medically unexplained physical symptoms. Soc Sci Med. 2005;61:1505-15.
  • Rolfe A, Burton C. Reassurance after diagnostic testing with a low pretest probability of serious disease: systematic review and meta-analysis. JAMA Intern Med. 2013;173:407-16.
  • ROS Netwerk, Trimbos-instituut. Signaleren en screenen van psychische klachten. In: Anonymous. Handleiding bouwstenen zorgpaden basis GGZ. 2012:29-32.
  • Rosendal M, Blankenstein AH, Morriss R, Fink P, Sharpe M, Burton C. Enhanced care by generalists for functional somatic symptoms and disorders in primary care. Cochrane Database Syst Rev. 2013;10:CD008142.
  • Rosmalen JGM, Tak LM, Jonge P de. Empirical foundations for the diagnosis of somatization: implications for DSM-5. Psychol Med. 2010:1-10.
  • Salmon P, Dowrick CF, Ring A, Humphris GM. Voiced but unheard agendas: qualitative analysis of the psychosocial cues that patients with unexplained symptoms present to general practitioners. Br J Gen Pract. 2004;54:171-6.
  • Salmon P, Peters S, Stanley I. Patients' perceptions of medical explanations for somatisation disorders: qualitative analysis. BMJ. 1999;318:372-6.
  • Salmon P, Ring A, Dowrick CF, Humphris GM. What do general practice patients want when they present medically unexplained symptoms, and why do their doctors feel pressurized? J Psychosom Res. 2005;59:255-60; discussion 261-2.
  • Sharpe M, Carson A. 'Unexplained' somatic symptoms, functional syndromes, and somatization: do we need a paradigm shift? Ann Intern Med. 2001;134:926-30.
  • Terluin B, Marwijk HW van, Ader HJ, Vet HC de, Penninx BW, Hermens ML, et al. The Four-Dimensional Symptom Questionnaire (4DSQ): a validation study of a multidimensional self-report questionnaire to assess distress, depression, anxiety and somatization. BMC Psychiatry 2006;6:34.
  • Wessely S, Nimnuan C, Sharpe M. Functional somatic syndromes: one or many? Lancet 1999;354:936-9.
  • Wileman L, May C, Chew-Graham CA. Medically unexplained symptoms and the problem of power in the primary care consultation: a qualitative study. Fam Pract. 2002;19:178-82.
  • Wilgen CP van, Keizer D. The sensitization model: a method to explain chronic pain to a patient. Ned Tijdschr Geneeskd. 2004;148:2535-8.
  • Zonneveld LN, Sprangers MA, Kooiman CG, Spijker A van 't, Busschbach JJ. Patients with unexplained physical symptoms have poorer quality of life and higher costs than other patient groups: a cross-sectional study on burden. BMC Health Serv Res. 2013 Dec 17;13:520. doi: 10.1186/1472-6963-13-520.
  • Zwaanswijk M, Verhaak PFM. Effectieve kortdurende interventies voor psychische problemen. Een kennissynthese over hun toepasbaarheid in de huisartsenvoorziening. Utrecht: Nivel; 2009.
Externe bronnen
Help en toelichting

Hieronder vindt u een korte beschrijving als hulp bij het gebruik van de eLearning- en eindtoetsmodule van AccreDidact.

U kunt dit scherm (en andere schermen in deze module) sluiten door rechts bovenin op het blauwe kruis te klikken. Heeft u ondanks de onderstaande instructie toch nog vragen? Neem dan gerust contact met AccreDidact op: klik hier.

Menu en navigatie

De menu-navigatie bevindt zich aan de linkerkant en bevat de indeling van het programma. U ziet hier direct uw voortgang en door te klikken op reeds gelezen hoofdstukken kunt u navigeren door het programma. Als u een hoofdstuk heeft afgerond, wordt het menu bijgewerkt en ziet u dus uw voortgang.

Onder de inhoudsopgave vindt u verder – soms optioneel – de leerdoelen, informatie over de auteur(s), links naar externe bronnen en deze helpfunctie. Eenmaal geopend kunt u deze items sluiten door op het blauwe kruis rechts bovenin te klikken.

U kunt het menu ‘in- en uitklappen’ door op onderstaand icoon te klikken.

hamburger

Vragen beantwoorden

De vragen in deze module – entreetoets, tussenvragen, vragen bij een casus en toetsvragen – kunt u beantwoorden door een of meer vakjes aan te klikken of – in het geval van open vragen – tekst te typen in het tekstvak. Zodra uw antwoord is genoteerd, verschijnt het juiste antwoord met een toelichting en kunt u verder lezen.

Let op: in sommige browsers moet u – bij open vragen – naast het tekstvak klikken om uw antwoord vast te leggen en verder te kunnen gaan.

Let op: bij meerkeuzevragen met meer opties dient u altijd even te bevestigen wat uw definitieve antwoord is, zie de afbeelding hieronder. Nota bene: heeft een meerkeuzevraag slechts een enkel goed antwoord dan staat voor de antwoordcategorieën geen vierkantje maar een rondje.

meerkeuze

Kan ik tussentijds stoppen en afsluiten?

Ja, dat kan. Uw voortgang en ingevoerde antwoorden blijven bewaard voor de volgende keer dat u het programma weer opent.

Verdieping

Op diverse plaatsen in de tekst vindt u in de rechtermarge een icoon dat aangeeft dat er op dit punt een verdieping staat. Een verdieping kan extra toelichting of aanvullende informatie bevatten. U opent de verdieping door op het icoon te klikken en kunt deze weer sluiten door op het blauwe kruis rechts bovenin te klikken.

verdieping2

Noten

In de lopende tekst vindt u in een donker rondje de noten: als u erop klikt ziet u de achterliggende tekst. Met een volgende klik sluit de noot en kunt u weer verder.

Externe links

Zowel de lopende tekst als verdiepingen en de toelichting op vragen kunnen links naar externe websites bevatten. Als u hierop klikt, wordt er altijd een nieuw venster of tabblad in uw browser geopend. Hierdoor blijft de module van AccreDidact beschikbaar.

Afbeeldingen

De afbeeldingen die u in de programma’s van AccreDidact aantreft, zijn mogelijk geschaald om ze goed weer te geven in de lopende tekst. U kunt altijd op de afbeelding klikken om deze te tonen in het werkelijke formaat, zodat u eventuele details beter kunt zien. U kunt de afbeelding weer sluiten door ergens in uw scherm te klikken.

Literatuurlijst, leerdoelen en auteurs

Deze items vindt u aan de linkerkant van het scherm, in het menu onder de inhoudsopgave. Als u een item geopend heeft, kunt u dit sluiten door op het blauwe kruis rechts bovenin te klikken.

Eindtoets

De afsluitende toets bestaat uit meerkeuzevragen. Net als in de eLearning is er naast de vraagstelling ook een visueel verschil tussen vragen met een goed antwoord (rondjes) en vragen waarbij u om meerdere antwoorden wordt gevraagd (vierkantjes).

Heeft u de toets gehaald dan komt u in een scherm waarin u een korte enquête over de nascholing kunt invullen. Daarna kunt u uw punten direct laten toevoegen aan GAIA/PE-Online/KABIZ/KRT (kies ‘nee’ als u niet geregistreerd bent of uw punten elders verzamelt) en aangeven hoe lang u over de nascholing, inclusief toets, heeft gedaan.

U heeft drie pogingen om de eindtoets met een voldoende af te ronden. Mocht u nog een poging nodig hebben dan moet de toets gereset worden (zie hieronder). U zult de eLearning dan opnieuw moeten doorlopen.

resultaat

Externe bronnen en verklarende woordenlijst

Indien nuttig kunnen aan een eLearning externe bronnen (denk aan een online rekentool of het Farmacotherapeutisch Kompas) en/of een woordenlijst worden toegevoegd. Net als bij alle andere vensters geldt dat u deze met een klik op het blauwe kruis rechts bovenin sluit.

Beeld bij dit programma
Leerdoelen

Na afloop van deze nascholing:

  • kunt u SOLK-patiënten herkennen;
  • kunt u de voor- en nadelen van somatische diagnostiek bij een vermoeden van SOLK afwegen;
  • bent u in staat de rol van psychische factoren beter te beoordelen;
  • kunt u een goed consult voeren, waarbij het contact met de patiënt openblijft;
  • bent u in staat de verwijsmogelijkheden te verkennen;
  • kunt u de patiënt motiveren voor psychotherapie.

De NHG-Standaard SOLK vermeldt dat deze niet gaat over een specifieke klacht of ziekte, maar handvatten voor het beleid geeft als er géén specifieke somatische aandoening wordt gevonden, de klachten niet overgaan, de klachten met functionele belemmeringen gepaard gaan en de patiënt zich tot de huisarts blijft wenden met een hulpvraag. Dat geldt ook voor deze nascholing. Net als de NHG-Standaard SOLK gaat deze nascholing niet in op het beleid bij specifieke somatoforme stoornissen.

Samenvatting

De NHG-Standaard stelt dat er sprake is van somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) als lichamelijke klachten langer dan enkele weken aanhouden en als er bij adequaat medisch onderzoek geen aandoening is gevonden die de klachten voldoende verklaart.
In de somatische specialismen worden SOLK vaak gegroepeerd naar functionele syndromen: clusters van symptomen die vaak samen voorkomen. Binnen deze syndromen worden de zogenaamde grote drie onderscheiden, te weten chronischevermoeidheidssyndroom (CVS), fibromyalgiesyndroom (FMS) en prikkelbaredarmsyndroom (PDS). Deze worden gekenmerkt door de klachtenclusters vermoeidheid, chronische pijn van het bewegingsapparaat en maag-darmklachten. De vraag of hier sprake is van verschillende stoornissen, of dat het verschillende uitingen zijn van hetzelfde probleem, is vooralsnog onopgelost. Wel is duidelijk dat deze syndromen een aantal gemeenschappelijke kenmerken hebben.
Binnen de psychiatrische diagnoses vallen SOLK onder de somatoforme stoornissen. Deze categorie stoornissen heeft een grote wijziging ondergaan van DSM-IV naar DSM-5. In DSM-IV werd de diagnose gesteld op basis van de aanwezigheid van een bepaald aantal onbegrepen klachten, dus per exclusionem. Dat is in DSM-5 anders. Voor de nieuwe diagnose somatische symptoomstoornis is het onbelangrijk of de symptomen die de patiënt presenteert al dan niet samenhangen met een bekende ziekte. Van belang is dat een patiënt disfunctionele emoties, cognities en gedragingen heeft samenhangend met deze klachten. Het concept zoals gehanteerd in DSM-5 past bij het in Nederland gehanteerde concept van SOLK. Hieronder vallen ook de patiënten bij wie de klachten ernstiger en langduriger zijn dan verwacht, of bij wie de beperkingen groter zijn dan op grond van de aandoening te verwachten is.
SOLK zijn geassocieerd met beperkingen in kwaliteit van leven, werkgerelateerde beperkingen, en gestegen ziektekosten. Een recente Nederlandse studie vergeleek functionele beperkingen op lichamelijk, psychisch en maatschappelijk vlak tussen SOLK-syndromen (CVS, FMS, PDS) en erkende ziekten met soortgelijke symptomen (multipele sclerose (MS), reumatoïde artritis (RA), inflammatoire darmziekten (IBD). Hieruit bleek dat de functionele beperkingen in alle domeinen minstens net zo groot zijn in de SOLK-groep als in de groep met erkende ziekten. De directe medische kosten in Nederland zijn geschat op 3.123 euro per SOLK-patiënt per jaar, besteed aan medicatiegebruik, gemiddeld acht bezoeken aan somatisch specialisten, veertien fysiotherapeutbezoeken en zestien huisartsbezoeken.
Huisartsen en andere zorgverleners vinden het vaak lastig om SOLK-patiënten te behandelen, terwijl patiënten zich niet altijd gehoord voelen. De geloofwaardigheid van beiden staat op het spel; die van de arts, omdat deze niet in staat is de oorzaak van de klachten te ontdekken, en die van de patiënt, omdat de symptomen niet geobjectiveerd kunnen worden. Dit zet de relatie van patiënt en arts onder druk, en kan het herstel belemmeren. De huisarts is bij uitstek de specialist om SOLK vroegtijdig te herkennen en op een biopsychosociale manier te benaderen. Het doel van deze nascholing is de huisarts in deze functie te versterken.

Bekijk hier de introductie op de nascholing.

 

Auteur

Prof. dr. Rosmalen, J.

Judith Rosmalen is als hoogleraar werkzaam op de afdelingen Psychiatrie en Interne geneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Zij heeft een achtergrond in de medische biologie (Universiteit Utrecht 1995) en in de psychologie (Rijksuniversiteit Leiden 1998), en is gepromoveerd op interacties tussen het endocriene en het immuunsysteem (Erasmus Universiteit Rotterdam 2000). Haar multidisciplinaire onderzoek richt zich op wisselwerkingen tussen biomedische en psychosociale aspecten van gezondheidsproblemen. Haar speciale interesse gaat uit naar somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK). Ze is projectleider van Grip op klachten, een innovatief eHealth systeem gericht op monitoring en behandeling van SOLK (www.gripopklachten.nl), dat momenteel door een landelijk consortium wordt geïmplementeerd. Belangenconflicten: geen.